Gedichten 

Gedichten van Dick Gebuys bij mijn schilderijen

Vissen
voor Reggie Baay
Als Eddy hier met zijn hengel zit,
zijn lijn heeft uitgeworpen,
is het net of hij zich van het verleden
los durft te maken.
's Nachts komen ze
zonder dat dit ooit afgesproken is,
kil en zonder masker
bij hem terug.
De kampbewaker
van die gruwelijke jaren
werken onder onmenselijke dwang
aan de Birmaspoorweg.
Diens knechten met de zweep
losjes in de hand,
om hem te slaan
als hij niet hard genoeg werkte.
Dan wordt hij badend in het zweet
wakker, ziet hij die kerels genieten
van de pijn die zij hem doen.
Om hem heen sterven
vrienden uit de groep.
Vijfenzeventig kwamen er
per dag om.
Iedere nacht in zijn nare dromen,
verliest hij er weer een paar,
en weer,
steeds maar opnieuw.
Hier waren die spoken ver weg.
Hij hoorde de vogels roepen rond het water,
af en toe een vis
slaan met de staart.
4
Hij bond de wormpjes aan de lijn.
Hoorde ze bijten,
zag ze trekken,
die vissen.
Zij maakten dat hij tot rust kwam,
dat hij alles vergat.
Die ellende van die jaren daar,
die helse herrie van dat kamp,
had hij ingeruild
voor de zalige stilte hier,
aan die plas  

Maastricht toen
On s'amuse bien.
Wij hebben deze dag volop genoten,
de hemelse drank van het leven
met volle teugen gedronken.
Wij droegen onze mooiste kleren,
mijn man had zijn nieuwe hoed op,
Chapeau,
comme il est beau!
We liepen trots over straat,
op onze nieuwe schoenen,
sterke hakken,
blinkende gespen.
We kochten cadeaus voor onze kinderen,
pronkten daarmee
langs stoep en straat.
Et alors?
In een steeg achter ons,
sloop het gewone volk rond,
van de mensen
die bijvoorbeeld werken
in de keramiekfabrieken
bIj Regout.
De arme sloebers,
ces misérables,
die alle kansen gemist hebben,
die achter alles aanlopen,
zonder nog echt aansluiting
te kunnen vinden.
Die neerzijgen,
moe, versleten, opgebruikt,
langs stoep en straat,

sur le trottoir et la rue.
Donc alors...  

Vaart veinzen
Ik moet door,
fluks, vlijtig verder,
de dag is niet oneindig
mijn tijd is geklokt,
voorwaarts en niet getreuzeld,
wij moeten voortmaken.
doorlopen.
Iedere dag lopen die mensen
langs dezelfde route,
hier langs ons.
Morgen komen ze weer terug,
en wat zijn ze dan eigenlijk opgeschoten?
Wij zitten hier,
staan stil bij de dingen
die ons passeren.
Genieten
van de momenten.
van de schoonheid
van het zitten bij elkaar,
de stoel, de tafel,
ons bescheiden plekje straat.
Maar al die passanten
beseffen slechts dat zij ons passeren.
In wezen passeert voor ons
louter de tijd,
tel voor tel.

.

Lente in Weimar
Straks wandel ik misschien
net als die vrouw hier in dit boek,
door de straten van Weimar.
Zal daar ook de lente van Goethe
zich voor mij ontvouwen,
ruik ik de krokussen die
opbloeien in de plantsoenen.
Maar zal hij er staan,
bij de trein.
straks.
Hij met zijn schoonheid
die mij meer betovert
dan de lente,
hij die de zomerzon
in mijn hart brengt
en me ver weg houdt,
van de herfst en het verval.
Maar zal hij er wel staan?
Rijdt deze trein me niet
bladzijde voor bladzijde
te ver terug
in het verleden...  

Was goed


Overal in de wereld

hangt wasgoed.
Maar als de zon hier
in de straat hangt.
Keert mijn binnenste
zich buiten.
Dan droom ik mij
in de dunne rode kleren
van mijn buurvrouw
die boven me
aan het balkonnetje hangen.
Dan heb ik bij mijn karafje
Saint-Emilion
met mijn vingers
losjes om het glas
een heel klein,
maar mooi beetje
huidcontact  

Borreluur

Als de avond valt
Ik vind dit het mooiste moment
van de dag,
avond maar
nog net geen avond.
Als langzaamaan om ons heen
de lampen een voor een
aanspringen,
maar nog niet allemaal.
Dan voel ik me heerlijk,
opgelucht.
Dan word ik één met mijn omgeving.
Ik ben blij dat je kon komen.
En ik ben blij dat ik hier ben.
Ik vind dit het naarste moment
van de dag:
nog een beetje dag
maar eigenlijk toch al avond.
Dan is het net of
langzaamaan om me heen
de spoken die me achtervolgen
een voor een
uit hun holen komen,
eerst aarzelend
een enkele
maar voor ik het goed
en wel besef,
hangen ze er allemaal.
Dan ben ik blij dat ik hier
bij jou mag komen zitten
schuilen.  

in het cafe


Zij zat aan een tafeltje,
alleen,
lekker rustig,
bewust gekozen,
omdat dat tafeltje toevallig
ook alleen stond.
Die mannen aan dat tafeltje
verderop,
bespraken hun werkdag
en het wereldnieuws,
in welke volgorde
wist zij niet,
wou ze ook beslist niet horen.
Die vrouw met die hoed op
en haar eeuwige vriendin
zaten er ook weer
aan de campari-soda,
hadden het zeker weer
over de zwemles
van de jongste van de een,
en de vioolles van
de oudste van de ander.
Naast haar die man
en die vrouw en dat kind,
dat altijd om blue curaçao
zeurde
omdat ze toch zeker
al achttien was.
Die vrouw die steeds
aangeschoten was,
en de man die toegaf,
20
omdat hij niet met twee
lastige vrouwen
aan één tafel
wou zitten.
Zij kwam hier lekker bij,
hier op dat terras,
dat de wereld bood
in relaxt pocketformaat.
Ze zou een grote absinthe nemen,
een hele grote.
Dan zou ze misschien eindelijk
Die knappe kerel
eens durven aanspreken,
die daar rechts opzij zat,
met die wazige kerel
naast hem.  

Zonnestralen 

Zonnestralen
Wij zijn zo heerlijk
samen opgestaan,
naar beneden gegaan.
Ik voel me hemels.
Terwijl ik de bladeren
bijeen hark
in de goot,
geniet ik van de zon,
die mijn schaduw
in het volle licht zet.
Ik kan dansen
door die volmaakte zonnestralen.
Ik weet dat jij daar ook zit,
achter mij, uitgelicht,
vol geduld,
Kijkend naar die mooie verse kruidenbos
die je meebracht van de markt,
die straks deze voorjaarswereld
mee zal nemen
naar onze keuken,
terwijl het zonnelicht
dan door het keukenraam straalt
danst ook jouw hart

.

Poezenblik

Poezenblik
De poes zit in het midden van de straat,
zij geniet van het zonlicht,
dat gul zijn stralen
op haar zwarte lijf laat vallen.
Door haar schaduw heen
ziet zij de oude man
stappen met zijn stok.
Hij draagt een tasje
om straks wat boodschappen
te kunnen doen.
Tegen de deur
staat die vrouw
die haar soms wat melk geeft,
het is net of zij bang
voor regen is.
Want zij staat onder een
soort van paraplu
en het lijkt of zij het koud heeft,
zó houdt zij de armen
strak tegen het lijf
en het hoofd in de kraag
van haar mantel.
Het is stil op straat,
straks krijgt die voor de poes
weer zijn eigen leven  

Samen alleen 

Samen alleen
Bij mij kon hij zo in zichzelf opgaan.
Als hij dan bij ons
in de huiskamer zat,
was hij er eigenlijk nog niet.
Oogcontact hadden we zelden meer.
Joh?! Als hij mij aankijkt,
met die grote, vrolijke ogen van hem,
is het telkens weer
alsof ik erin verdrink...
Wil jij nog een koffie?
Graag, ik heb vandaag tijd genoeg!
O ja?! Als hij jou zo gelukkig maakt,
snap ik even niet dat je niet iedere minuut
van de dag bij hem wilt zijn.
Dubbele espresso?
Nee, lait russe...  

Mokken 

Mokken
Ze kan soms ook zo stom doen.
Ik was al die treden
van die hele lange trap
voor haar opgelopen.
Ik verheugde me er
de hele dag al op,
even wat tijd met haar
te kunnen delen.
Ze doet de deur open,
met verschrikt gezicht.
"Wat kom jij doen?!"
zegt ze heel lomp.
Het kwam helemaal
niet uit vandaag,
dat ik kwam.
Zij duwde me hardhandig
de deur weer uit.
Daar zit ik dan,
op die rot trap.
Bij mij kon net zij
op ieder uur van de dag
binnenkomen,
op ieder uur
van iedere dag.
Ik heb haar nooit
buiten willen sluiten  

Feest 

Feest
De zon staat in de straat,
de vlaggen hangen vrolijk
aan de lijn.
Vandaag is het de dag
van de wijk.
De harten van de mensen kloppen
des te sneller,
naarmate het tijdstip nadert
dat de festiviteiten losbarsten.
Ze nemen nog snel
een verse ciabatta
met pecorino
en een kop latte macchiato,
voor ze naar buiten gaan,
op pad gaan.
Zij is wel niet meer zo goed ter been,
maar ze is vroeg opgestaan
en gaat goed gekleed op pad.
Ze loopt parmantig de straat in
achter haar rollator.
Zij heeft vandaag
belangrijke dingen
te doen,
heel belangrijke dingen.  

De straat 

De straat
De straat ziet op dit drukke tijdstip
weer heel veel mensen
over zijn stenen lopen.
De een met stevige pas,
bijna in marstempo,
de ander met vederlichte voeten,
bijna alsof zij hem
niet aan zou durven raken.
Verschillende mensen lopen
in de richting van hun werk,
anderen keren terug van
een lange nachtdienst.
De straat kent hun gezichten
En herkent stemmingen:
opgewekt, vrolijk,
zachtjes zingende lippen,
somber, mopperend,
in zichzelf gekeerd.
Een enkeling werkt thuis
achter de laptop.
Die komt hier bij de bakker
verse broodjes halen.
Die man met de pet
voelt in zijn zak,
heeft hij nog geld genoeg?
Hij wil vast ergens
een kop koffie drinken.
Er staan er nog enkelen
af en toe even stil,
de straat kan nooit
meteen doorgronden
wat hun beweegredenen zijn  

Eenvoudig geluk 

Eenvoudig geluk
Iedere morgen komt hij hier
met zijn krantje,
hij zit op dezelfde stoel
aan hetzelfde tafeltje.
Hij bestelt zijn kopje koffie,
leest de krant,
maar vindt dat er in de wereld
ook niet zo bijzonder
veel veranderd is
vandaag.
Dan neemt hij een slok koffie
en kijkt naar de mensen
die passeren.
Daar zitten veel bekende bij,
maar ook nieuwe,
die hij nog nooit gezien heeft.
Een jonge vrouw
met een weemoedige blik
in de ogen.
Een oude man
met een stok.
Een stoere bink
met de handen op de heupen,
een moeder met kind.
Hij fantaseert
waar zij heen gaan,
wat zij zullen doen vandaag.
Van dat afwegen van
mogelijkheden
en waarschijnlijkheden
geniet hij elke dag weer.
Vroeger had hij
40
mee willen lopen,
erbij willen horen.
Nu laat hij ze allemaal
liever aan hem
voorbijgaan.
Dus zit hij gewoon
lekker hier op zijn plaats.
Uiteindelijk bestelt
hij een tweede kopje,
en hij vraagt er
met glunderende ogen
een appelpunt bij
met ijs
en een beetje extra slagroom.  

Verward

Ooit
Toen ik die brug over liep,
dat stadje in,
voelde ik me sterker,
dan ik me ooit heb gevoeld.
Waarom was dit dan
niet de brug naar beter?
Wat deed ik fout?
Die baan in dat leuke winkeltje,
wat deed ik verkeerd
tegen de klanten?
En dan die bazin
die vreselijke middag.
Zij met haar zaakje
dat mij zo pakte,
op het eerste zicht,
ze waren voor mij
geen brug naar beter.
Ik liep iedere dag
door dezelfde straten,
tot wat me dierbaar was
me tegen ging staan,
tot ik walgde
van wat me een warm gevoel
had gegeven.
Ik moest weg,
hierheen,
ik voel me weer goed nu,
vind ik hier mijn brug naar beter?

Fijn dat het hier niet

zo druk is vandaag.
Nu kan ik kijken
hoe ver ik in dit verhaal kom
zittend op mijn plekje.
Wat deed Luc toch dom,
toen hij vanochtend
naar kantoor ging.
Hoe zou het verder
met Pierre
en Sarah gaan
in dit verhaal?
Zij was gek op hem,
maar hij kon soms zo
bot reageren.
Net als Luc,
toen hij, zijn beschuit
nog in de mond,
opstond
en mopperend
met boter aan zijn vingers
wegbeende.
Ik lees niet
om mij uit het leven
weg te dromen,
de boeken die ik lees
confronteren mij
met het echte leven
zoals het is.
Pierre komt thuis
met een bos bloemen
46
achter zijn rug
om Sarah te verrassen.
Was er maar
een bloemenwinkel
op weg van kantoor
naar huis.
Dacht Luc er maar eens aan
mij te verrassen
als hij thuis komt  

Confrontatie 

Confrontatie
Hij aarzelt.
Raakt zijn koffie niet aan..
Kijkt niet naar haar,
maar voorzichtig
naar het portret
dat tegenover hen staat.
"Ik moet je iets belangrijks zeggen,"
begint hij dan.
"O jee," denkt zij. "Dus toch,
dacht ik het al niet vanochtend.
Ik hoop dan tenminste
dat de koffie een beetje smaakt!"  

Hondstrouw 

Hondstrouw
Als de zon schijnt,
fietst mijn baas
sloom door deze
of gene straat
in de stad,
dan hou ik hem zo goed bij,
dat ik in zijn eigen schaduw stap.
Als de zon schijnt,
fietst mijn baas
fluitend langs deze bekende
en gene onbekende
in de stad,
dan hou ik hem zo goed bij,
dat ik in zijn eigen schaduw blijf.
Als de zon schijnt,
durft mijn baas
verder rijden in de stad
dan hij gewoon is,
door deze bekende
en gene onbekende
laan of straat.
Dan volg ik hem zo trouw,
dat hij in mijn schaduw fietst.  

Pierre Kemp


Ik ben een stipte man.
De trein moet exact op tijd hier vertrekken:
geen tel te vroeg,
geen fractie van een moment
te laat.
Dan groet ik de machinist,
ik tik tegen de pet.
Nou, tabé dan.
Ik noteer alles stipt in mijn schrift.
Mijn stationsschrift,
dat ligt in mijn kantoortje,
mijn stationskantoortje.
Dan zet ik mijn pet af
en brengt mijn secretaresse
mij een kop koffie.
Exact vijftien minuten
nadat de trein vertrokken is,
stipt dan,
drink ik mijn stationskoffie.
Mijn werkdag is stipt gepland,
als de dienstregeling van de treinen.
Om veertien over vijf
tik ik tegen de pet,
knik naar mijn secretaresse,
zodat ik om kwart over vijf
stipt
op de fiets naar huis kan stappen.
In mijn leven
hoort geen spanning te zitten
Die spanning brengt de fluit
van de stoomloc,
brengt het geratel als hij binnenkomt,
het gesis als hij afremt.
Die spanning brengt de trein
Telkens weer  

Hadrian wall

Nevelige sluiers
Ik zwoegde me
in een ononderbroken
regengordijn
over het eeuwenoude pad
van de Giant's Causeway,
omgeven door de razend
schuimende golven
die op de kust van keien
stuksloegen.
Ik herademde in het oerlandschap
van turf en 's zomers
drooggevallen beken.
Omgeven door regenbogen
die mij van twee kanten begroeten.
De gids met zijn oude wandelstok
en herkenbare armband
trok met ons door de mist
van het Schotse Hoogland;
bij een oud, koninklijk kasteel
sloot een verdwaalde zwerver
zich bij ons aan.
Ik droomde me verhalen
van eeuwen terug.
Mensen die houtresten
sjouwen naar hun hutjes
hogerop.
Ik luisterde naar de zwerver
als die sprak met zijn hond.
Door nevelige sluiers
van eeuwen vol regen en
romantische geschiedenis
liep ik.  

Il ponte sul Tevere, il ponte nel tempo 

Il ponte sul Tevere, il ponte nel tempo
Paola loopt dromerig in de middagzon,
zwaait wat op de puntjes van haar tenen.
Giovanni is zo lief,
zo aandachtig voor haar,
zo lekker bij Limonchello-spritz.
Hier had honderd jaar geleden
Lorenzo oude munten gedoken
voor zijn liefste Isabella
Een oude schat voor zijn echte schat.
Op een late zonnige novembermiddag
vond hij toen een zeldzame amfoor.
Hier liepen Flavius en Livia
in de dagen van keizer Augustus,
neuriënd hand in hand
in van de tijd gestolen uurtjes.
Om Felicitas voor hen
en hun lot te winnen
gooiden zij soms
een muntje in het water.
Dat water stroomt nog altijd,.
dat ging al die eeuwen door.
En dat zal ook straks weer
voortgaan te stromen.
Water bruist, water leeft,
water overleeft  

eenzame wandelaar

Vitebsk
Hij liep door de straten van Vitebsk.
Door de koude wind,
de vlagen van de sneeuwstorm,
de ijsvlokken rond zijn mond.
Hij vergat de kunstenaars
in die oude stad,
die hij onlangs ontmoet had.
Hij hapte naar adem,
wou overeind blijven,
heel aankomen
op zijn kale zolderkamer.
Dan zou hij best vooruit
kunnen kijken
naar morgen.
Altijd volgde
morgen.  

Studiegenoten

Les leren
Mit nach bei seit
met de derde naamval,
de Dativ.
Hoe vind je die nieuwe voor Engels.
Vind ik wel een stuk hoor.
Jij zegt dat verkeerd:
zij heeft voor een docent
de juiste uitstraling.
Hallo hee, zeker een 8 voor Nederlands?
Lekkere Latte Macchiato trouwens.
Ik neem nog een Rivella.
Ja, beter dat, dan jaren dezelfde frisdrank,
met dezelfde prik.
Help jij me vanmiddag met
die stapel wiskunde-opgaven?
Ja, maar ik ga wel om
vijf uur tennissen.
Met wie dat dan?
Met Britt...
Dé Britt...
met die lieve ogen?!
Lieve ogen?
Lekker sexy blonde haren!
Nou... ze tennist gewoon goed
en we hebben het fijn samen.
En mijn wiskunde dan?!
Welke voorzetsels
horen ook alweer
bij de vierde naamval,
de Aķkusativ?
Bis durch für gegen  

Spijbeldag 

Spijbeldag
Kom wij gaan naar school:
heb je al jouw boeken bij je?
Heb je je schriften met het huiswerk?
Je pakje met boterhammen?
Dan gaan we rap op pad!
Maar... als het zo'n lekker weer is,
de stralen van de zon
mij blij en vrij maken...
wat zouden we dan
op school gaan doen?!
Kom wij gaan naar school:
ik kijk al weer uit
naar die les Engels het eerste uur,
die spraakoefening in een andere taal,
Dan daarna rap naar Nederlands!
Zelf een boek lezen.
Maar... als het zo'n lekker weer is,
de stralen van de zon,
mij blijer maken
dan iedere regel van een boek,
en ons lokken naar
een grotere vrijheid
dan de muren van het klaslokaal,
wat zouden we dan
op school gaan doen?  

Overleg

Lekker jong, toch
Zij zitten heerlijk
te genieten van de zon,
de meisjes uit zijn straat.
Zij hangen tegen de muur,
hun benen ontspannen gevouwen.
Hij is bij hen komen staan.
Ze hebben een groet gemompeld,
maar ze zeggen verder niet veel.
Hij kijkt naar hen,
maar zij hebben geen zin,
om omhoog naar hem,
tegen de zon in te kijken.
Hun gesprek stokt.
Hij had er zo graag bij gezeten,
maar aarzelt nu.
Als het niet anders kan,
lukt het hem ook best
om alleen,
bij zonnestralen,
weg te doezelen.
Al zou hij vlak bij hen
op de hoek,
onder die was
van z'n moeder
moeten zitten  

Jouw titel

Een dag om te bewaren
Hij was met de zon in zijn hart
wakker geworden.
De zonnestralen wierpen
door de gordijnen
vroege schaduwen op zijn bed.
Een vrolijk liedje neuriënd
was hij opgestaan.
Dit werd een dag om later
in zijn fotoalbum te plakken.
Nu liep hij bijna huppelend
aan de hand van zijn zus
door de straat.
Zij gingen lekker samen
naar het stadspark
waar altijd van alles te doen was.
Zijn wangen kleurden rood
van de zon.
Het was net of die lentejurk
van zijn zus
ook steeds roder werd.
En de al kleurrijke boom
in de berm
kleurde roder als nooit te voren.
Ze naderden het einde van de straat.
Hij huppelde nu steeds dartelder,
zijn hart maakt hoge sprongetjes,
oh, wat hield hij nu al
van deze dag  

Kinderspel 

Kinderspel
Jean-Claude en zijn broertje Dominique
zijn de koning te rijk.
Zij gaan in de straat,
achterin,
lekker een balletje trappen.
Hun buurjongetje Thierry
mag ook mee.
Maar de kleine César
moet bij zijn moeder blijven.
Onze grote voetbalhelden
tornen boven alles en iedereen uit,
zelfs de auto die langs rijdt
zinkt in het niet
bij deze reuzen atleten.
Ze dromen zich in het Stadion
van PSG,
maar helaas hier bewondert
straks slechts de moeder
van César
hun reusachtige talenten,
en die vrouw die verderop
dromerig en knipogend
tegen dat paaltje aanhangt.

.

Jouw titel

Winnen
Hun speelveld is klein.
Niet breder dan de straat,
niet langer dan
de lengte van hun handen
en benen
hun gunnen.
Naar links, zegt hij
naar rechts, pak aan,
volg mijn bewegingen
van mijn heupen,
de wending van
mijn handen.
Vooruit, maant hij,
achteruit,
let op mij,
vooral op mijn schijnbewegingen.
Hun zus staat er bij,
meer gestrest dan zij
ooit zijn geweest.
Wat eigenlijk een relaxed
spel had moeten worden,
zit nu vol wedstrijdspanning.
Zij wil eerlijk zijn,
maar toch ook niet
de een de zege geven over de ander.
Hup broer, vooruit broer,
leve de dag  

Vrienden in de buurt 

Vrienden in de buurt
Hier komen ze vaak samen
boven aan de trap.
Meestal met zijn vieren.
Dan praten zij,
waarover ze praten.
Wie op een afstand zou luisteren,
zou er misschien
helemaal niets van begrijpen.
Maar zo is het nu eenmaal:
hun gesprek over de klas,
school, meisjes,
de wereld.
Die met zijn grote pet
begint meestal,.
maar al gauw
barsten ze allemaal los.
Aan het eind van de dag
hebben ze zoveel
te vertellen,
hebben ze
zo heel veel meegemaakt.
Wat dacht jij wel niet!
Hé, wist je trouwens dat  

Ze leek zo op mijn moeder

Lezend levende
Zij las toen zij jong was
dolgraag de romans van Emily en Charlotte Brontë
maar evengoed die van Couperus.
Ze smulde van 'Jane Eyre',
liefde die alle rangen, standen en gevaren
kan overwinnen.
Soms fluisterde zij dan dolgelukkig:
"Lezer, ik ben met hem getrouwd..."
Maar zij genoot evenzeer
van 'Eline Vere',
al hoopte zij
dat die wetmatigheid van
rangen, standen en
standsverschil
voor haar nooit
werkelijkheid zou worden.
Dat het levensnoodlot
haar nooit even bruut
zou treffen.
Nu wist ze,
dat de dromen uit haar leven
meer dan ooit bruut verstoord werden,
maar ook dat toeval regelmatig
eerder mooi dan wreed kon toeslaan.
En al verdroegen verhalen
en belevenissen elkaar niet altijd,
ze bleef de boeken die ze las
liefhebben,
ze smulde van de regels
die ze tot zich nam
woord voor woord.  

Vlinders 

Vlinders
Een goede kop koffie.
Mijn start van de dag.
Even op mijn gemak,
alles op een rijtje zetten.
Maar weet je:
ik heb geloof ik
vlinders in mijn hoofd.
Even zwierde zij langs,
die warme bruine blik
in haar ogen,
die prachtige, lange,
feeëriek krullende haren.
Maar weet je:
ik heb geloof ik
vlinders in mijn buik.
Die prachtige
grijze jurk strak
om haar mooie lijf.
Even raakte haar hand
mijn arm licht.
Even streek haar rug,
langs mijn borst.
Maar weet je:
ik heb geloof ik
vlinders in mijn lijf.  

Het hoogste woord


Zij voerde het hoogste woord,
zij wist hoe alles in elkaar zat.
'Je moet het zo zien,' zei ze
tegen haar vriendin en
dan kwam er weer
een heel verhaal.
Ook over haar werk.
Ze had het helemaal gehad
met haar chef.
Hij hing haar ongelofelijk
de keel uit.
Ze pikte het gewoon niet meer
En zij moest ook eens een keer
haar mond durven open doen
Morgen ging ze naar hem toe,
dan zou ze eens zeggen
waar het op stond.
De ander zat tegenover haar,
zij voelde zich niet zo lekker
vandaag.
Ze had net wat
vervelends meegemaakt,
op haar afdeling.
En af en toe wist zij gewoon
niet meer,
hoe het allemaal
in elkaar zat.
Ze had ook wel eens
een rotgevoel
over die chef,
maar wat hielp het
de boel zo op te blazen.
Haar vriendin wist het
86
allemaal zo goed,
zei ze.
Maar naar die chef
boog zij iedere dag
als een knipmes.
Het ontbrak er nog
maar aan dat zij
zijn tassen droeg.
Zij zou hem dit,
zij zou hem dat,
maar een echt weerwoord
had ze in werkelijkheid
nog nooit tegen hem
laten horen.
Dat was zij nu eigenlijk
goed zat,
weet je dat  

 smekende blik 

Stalken
Stond hij daar nu echt
alle aandacht van haar te vragen,
of waren het slechts beelden
van toen,
die haar hier, nu
stalkten?
Ze dacht graag
aan de mooie dagen met hem,
die onbeschrijfelijke momenten,
deze uurtjes tederheid,
na die onbegrensde passie.
Maar dan voelde ze plots
een steek in de nek,
de pijn die hij haar aandeed,
de nachten dat hij wegbleef,
zonder enig bericht.
En dan zag ze weer
die smekende blik
in zijn ogen,
als hij opdook,
dat hypocriete tuitmondje.
Dan zag ze weer
die walgelijke,
afzichtelijke pet,
waarmee hij de werkelijkheid
wilde toedekken.
Dan zag ze hem dreinend staan,
zoals hij daar nu leek te staan.
116
En dan keerde zij in gedachten
liefst terug
naar die mooie momenten,
naar die uren, dagen, weken,
dat zij allebei,
gloeiend,
verlangden naar elkaar,
naar elkaars lichamen,
naar een lief woordje
in haar oor gefluisterd  

Verhalen blijven vertellen 

Verhalen blijven vertellen
Natuurlijk konden wij soms
ook niet geloven wat we hoorden.
Omdat we het niet
met eigen ogen
gezien hadden.
Maar dan pakten we de krant,
en dan moesten we het wel geloven,
hoe erg het was.
Want de krant kon je toen
nog geloven,
meestal.
Maar nu kun je
lang niet altijd meer
op die krant vertrouwen.
Terwijl er nog steeds
erge dingen gebeuren,
heel erge dingen.
Neem dit nou,
gistermiddag...  

Strandwandeling

Strand
Hij kwam hier al
als klein jongetje.
Iedere zomer liep hij
in die dagen langs de vloedlijn,
zoekend naar schelpen
of in stilte hopend
dat er iets bijzonders
van een schip
te jutten viel.
Als puber,
kon hij het hoofd
vol zoete dromen,
met de ogen
over het strand turen,
of niet ergens
die fles lag
van die vrouw ver weg
die juist op hem wachtte.
Nu was hij hier iedere ochtend
samen met zijn vrouw,
ver voor dat er
ook nog maar iemand
zijn handdoek had neergelegd
of muziek liet blèren.
Nu en hier was het strand
het mooist, het puurst.
Soms kon hij nog
wel eens een korte wijle
naar de einder turen,
of er toch niet ergens
een mysterieus schip voer
op weg naar Nergensland.
Maar dan greep hij haar hand,
ze keken elkaar aan,
knipperden gelukkig
met hun ogen.
En liepen verder,
terwijl de zee ruiste in hun oren,
zoals hij dat ook vroeger
bij hem had gedaan  

Buiten binnen

Buiten binnen
Zij kijkt uit het raam
van de trein
tevreden.
Hoewel zij hier
*telkens weer passeert,
ziet zij toch elke dag
iets anders.
Zoals het ook
in haar leven zo was,
toen de kinderen
nog thuis waren.
Steeds was het
schijnbaar hetzelfde,
toch bracht iedere dag
weer iets nieuws,
verwonderlijks.
Zij had net daarvan
leren genieten